Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA) wil via een initiatiefnota een aanpassing van de richtlijn ADHD bewerkstelligen.Er zou naast medicatie ook meer aandacht moeten zijn voor andere behandelmethoden zoals gedragstherapie en neurofeedback.Ook zouden huisartsen geen diagnoses meer mogen stellen. Hoort het onderwerp ADHD nou eigenlijk wel of niet in de politiek thuis?

Besta ik wel?
Naast de schaamteloze bezuinigingen op het passend onderwijs is de toename van de diagnose ADHD het onderwerp van gesprek in de media en in de Tweede Kamer. Is ADHD een modegril? Een verzonnen ziekte? Een hype? Met andere woorden; bestaat ADHD wel echt? Het is op zijn zachtst gezegd niet prettig voor iemand met ADHD als er zo over je wordt gepraat. In plaats van dat er met je gepraat word, volg je een discussie over je eigen bestaan of dat van je kinderen.
Er zijn niet meer mensen met ADHD dan vroeger, maar wel meer mensen die een diagnose laten stellen en zich laten behandelen. Gelukkig wel. Deze toename heeft te maken met het feit dat er steeds hogere eisen aan mensen worden gesteld. Hierdoor loopt iemand met ADHD sneller tegen zijn beperkingen aan en kunnen de toenemende prikkels minder goed verwerkt worden.

Politieke bemoeienis

Lea Bouwmeester van de PvdA organiseerde onlangs een heus rondetafelgesprek om met ADHD deskundigen over het onderwerp van gedachten te wisselen. Ook werden er minder deskundige mensen uitgenodigd om hun gal te spuwen over de gevaarlijke medicijnen die in kinderen worden gestopt. Dat doen ouders of docenten, omdat ze het kind niet de baas kunnen en ze daardoor lekker rustig worden. Ouders zouden niet bereid zijn om aanpassingen te maken in de opvoeding, de leefomgeving en het eetpatroon. Deskundigen met de nodige expertise van ADHD zullen nooit dergelijke uitspraken doen. Het kan dus gezien worden als stemmingsmakerij van deze personen, over de ruggen van mensen met ADHD, wat veel aandacht oplevert.
Onzin natuurlijk en ADHD hoort helemaal niet in de politiek thuis. Hiervoor hebben we namelijk hele goede specialisten die hier voor hebben geleerd. Ook zijn er genoeg ervaringsdeskundige mensen met ADHD die prima in staat zijn om zelf uit te leggen wat het inhoudt om ADHD te hebben. Het wrange is dat er mensen zijn die door deze berichtgevingen onnodig aan het twijfelen worden gebracht. Zijn we werkelijk niet in staat om ons kind op te voeden? Is het echt zo gevaarlijk om mijn kind “drugs”te geven? Angst mag nooit een reden zijn om van onderzoek of behandeling af te zien en dat zal door deze benadering zeker het geval zijn.

Stuiterbal

Het beeld dat veel mensen hebben van iemand met ADHD is dat het een “drukke stuiterbal“ zou zijn, maar veel volwassenen met ADHD herkennen zich helemaal niet in dit beeld. Waar ze zich wel in herkennen is het gevoel altijd bezig te moeten zijn. Ze voelen hierdoor een innerlijke onrust en hebben moeite met ontspannen. Iemand met ADHD kan dus hyperactief zijn zonder dat ze zich feitelijk druk gedragen. Kinderen met ADHD zijn ook niet altijd druk of afgeleid. Kinderen met ADHD kunnen zich soms wel goed concentreren op sterke prikkels, zoals spannende films of computerspelletjes.

 

Aan buitenstaanders ontlokt dit vaak de opmerking ‘ze kunnen het wel, als ze maar willen’. Kinderen met ADHD kunnen zich dus wel concentreren, maar ze hebben daar veel sterkere prikkels voor nodig. Het kost hen bovendien veel meer inspanning dan andere kinderen. Het is daarom heel belangrijk dat ouders en school samen een team vormen om in mogelijkheden te denken.

 

Erfelijkheid en omgeving

Aanlegfactoren, dus de erfelijkheid, speelt bij ADHD een belangrijkere rol dan omgevingsfactoren. Tweelingonderzoek laat zien dat erfelijkheid in 70% van de gevallen de oorzaak is; 20% heeft te maken met omgevingsfactoren. Normaal heeft iemand 3 tot 5% kans op ADHD, maar als er al een kind in het gezin ADHD heeft, heeft een broertje of zusje 30% kans het ook te hebben, en voor een kind van een volwassene met ADHD is die kans zelfs 50%. ADHD is dus een combinatie van aanleg en omgevingsfactoren, en die beide samen ook nog eens in een ingewikkelde interactie.
Een chaotische situatie in een gezin is vaak het gevolg van ADHD bij de ouders. In zo’n geval is niet goed meer uit te maken of een kind ADHD krijgt door de situatie in het gezin, of doordat één ouder of beide ouders ADHD hebben. Omgevingsfactoren als opvoeding en onderwijs kunnen geen ADHD veroorzaken of voorkomen. Deze factoren kunnen wel de gevolgen van ADHD beïnvloeden, zoals de hevigheid van de symptomen en de mate waarin het kind eronder lijdt.

 

Gevolgschade

Er wordt veel gepraat over de risico`s van medicatie, maar schadelijke effecten zijn er na jarenlang onderzoek nog steeds niet gevonden. Wel heeft onderzoek laten zien dat mensen met verwaarloosde ADHD door impulsiviteit en hyperactiviteit een verhoogd risico lopen op bijvoorbeeld verslaving en criminaliteit. Reden te meer om iemand met ADHD juist wel te behandelen. Als ouder heb je verschillende keuzemomenten. Een gelukkige keus zal op latere leeftijd de nadelen verminderen. Bij een slechte keus zal de kans op gevolgschade toenemen.
We moeten ons bewust zijn van deze keuzes en daarna handelen. De extreme gevolgen van onbehandelde ADHD kunnen dus grotendeels voorkomen worden. De risico`s zijn af te zwakken door een goede behandeling van iemand met en informatie over ADHD.

Medicatie

Medicijnen hebben het meeste effect op de symptomen van ADHD. Zo zal de concentratie bijvoorbeeld verbeteren.Het is voor de meeste mensen een verademing dat de flipperkast in het hoofd eindelijk even ophoudt met flipperen. Hierdoor is iemand weer in staat om het aanwezige talent te gebruiken en succeservaringen op te doen. Dat is goed voor het zelfbeeld.Er zijn mensen die beweren dat de maatschappij iets zou moeten veranderen, zodat mensen met ADHD gewoon mee kunnen doen. Er wordt door deze mensen niet stil gestaan bij de vraag hoe mensen met ADHD het zelf ervaren. Medicijnen helpen om beter mee te kunnen komen, maar worden niet gebruikt om de maatschappij minder tot last te zijn. Je stuurt een kind met slechte ogen toch ook niet zonder bril naar school met de opmerking dat hij vooral heel erg goed zijn best moet doen? En als iemand een sterke bril nodig heeft, geef je hem toch ook geen zwakke?
Er wordt momenteel veel gezegd dat ADHD -medicatie niet langer dan twee jaar zou werken. In de praktijk merken we hier weinig van. Kinderen zijn in de groei en de medicatie moet soms worden bijgesteld.
Na langdurig onderzoek is wel de conclusie getrokken dat voeding invloed heeft op de ADHD symptomen, maar deze ontwikkelingen zijn nog erg recent. Het zogenaamde eliminatiedieet vergt veel structuur en toezicht van ouders bij kinderen. Bij volwassenen met ADHD die geen ouders hebben die op de voeding letten, lijkt dit dieet om die reden weinig kansrijk. Vergeet hierbij ook, voor kinderen en volwassenen, de kwaliteit van leven niet.

Deskundigheidsbevordering

De kortzichtige conclusies van Lea Bouwmeester zijn dat de richtlijn voor ADHD aan vernieuwing toe is en dat er naast medicatie ook meer aandacht moet zijn voor andere behandelmethoden zoals gedragstherapie en neurofeedback. Het is al jaar en dag bekend dat medicatie in combinatie met verdere behandeling het meeste effect heeft. Dit gebeurt dus allang en is niet nieuw. Over de richtlijnen moet je altijd kritisch zijn en blijven.Huisartsen zouden geen diagnoses meer mogen stellen. Maar waarom eigenlijk niet? Zou het niet verstandiger zijn om te praten over deskundigheidsbevordering?  Huisartsen moeten zich juist specialiseren, in plaats van mensen met ADHD het slachtoffer te maken van onnodige lange wachtlijsten en nutteloze bureaucratie. Een mogelijkheid is om geschoolde praktijkassistenten een deel van dit werk te laten doen, in samenwerking met ervaren coaches.

 

Lea Bouwmeester wil nog twee gespreksrondes opzetten voor mensen die als patiënt of familielid ervaring hebben met de behandeling van ADHD. Zal ze luisteren? Of heeft ze net als de onderwijsminister ook een vooringenomen standpunt? Net als bij de bezuinigingen op het passend onderwijs zal de politiek vast niet op de langere termijn denken. Investeren in expertise van huisartsen kost tijd en geld. Het levert op de lange termijn alleen maar voordeel op, maar dan zullen de prioriteiten op korte termijn veranderd moeten worden. Er komen dan geen 130 kilometer wegen en geen nieuwe JSF, maar wel goed onderwijs en goede zorg.
Vooralsnog zullen we het waarschijnlijk moeten doen met de hoop op een betere toekomst voor mensen met ADHD en de omgeving en is de politieke waanzin helaas de waanzinnige werkelijkheid…

Door: Suzan Otten-Pablos